|
Kippenvel en troost bij concert Liefdesliederenkoor
maandag 8 juni 2009 15:25 Maria Koster ( Recensie in ‘Hoog en Laag’ { Oosterbeeks weekblad} )
OOSTERBEEK - Het Liefdesliederenkoor gaf zaterdag en zondag concerten in de St Bernulphuskerk. Voor deze gelegenheid was er begeleiding van een orkest, bestaande uit merendeel professionele musici. Solisten waren Marjolein Berkvens (sopraan), Maria Joao Carmo (alt), Gerrit Berghs (tenor), Rob Hazenberg (bas) en harpiste Marjan de Haer.
Het programma was samengesteld uit laat 19e en begin 20e eeuwse componisten. Het koor durfde het aan vrij onbekende werken te laten horen die hoge eisen stellen aan de zangers. Van dirigent Marc Buijs werd ditmaal een bewerking van zijn hand uitgevoerd, Nänie geheten, een première voor Oosterbeek.
De belangstelling voor beide concerten was groot en het gebodene maakte indruk. Men ving aan met het Te Deum van Benjamin Britten, voor koor, sopraan, strijkers en harp. De toon werd gelijk gezet: verrassend was de zuiverheid, dictie en de afstemming op het orkest. Buijs heeft prima resultaten bereikt met zijn koor, dat blijk geeft van een enthousiaste en goede interpretatie van deze boeiende composities.
'As torrents in summer' uit King Olaf van Sir Edward Elgar zong men a capella waarbij men een goed beeld kreeg van de koorklank, die eigenlijk overal goed in balans was.
Het orkest zorgde voor een intermezzo in 'Le Printemps' en de Serenade uit de 3e symfonie van Darius Milhaud, die niet zo vaak op een programma staan. Interessante muziek, die een levendige uitstraling heeft. Mooi was ook 'Les Amours de Ronsard' voor vocaal kwartet en klein orkest, ook weer een niet-alledaags werk. Het bekende Schicksalslied van Johannes Brahms golfde door de kerk, als een ode, waarin godenluchten en heilige snaren sereen bezongen werden.
Nog drie Brahmsliederen volgden, waarbij de teksten een extra gloed kregen door de serene vertolking van de uitvoerenden.
Nänie mag wat mij betreft, vaker uitgevoerd worden.De première van een dirigent die bewezen heeft ook als componist zijn vak te verstaan smaakt naar meer!
================
De Gelderlander, Willem van Koppenhagen (Persoonlijk aan koor: Ik vond het een prachtig concert. Soms moet je publiek ook opvoeden. Met werk van Milhaud is dat echt zo, want je “lust” het of niet. Het is te horen, dat jullie er erg hard aan gewerkt hebben en het resultaat is er ook naar. Opvallend sterk in het koor is de constante zuiverheid en een groot gevoel voor interpretatie. Dat kost veel tijd en moeite. Prima concert dus!!! Jullie ontwikkeling loopt nog steeds door.)
Recensie in de Gelderlander
LIEFDESLIEDERENKOOR SCHITTERT IN RIJK GESCHAKEERDE ROMANTIEK DOOR WILLEM VAN KOPPENHAGEN
Met een uitgelezen programma en een bijna overal constant zuiver stemgeluid, kom je als ambitieus amateurkoor doorgaans al heel ver binnen het bereik van een bereidwillig en goed luisterend publiek, maar hier is toch ook iets heel anders aan de hand. Als je een Te Deum van Britten naast dat bijzondere Schicksalslied van Brahms plaatst en die beide werken in al hun specifieke klankkleuren, dictie en veeleisende expressieve kwaliteiten zo imposant tot klank kunt brengen, dan beweeg je je als koor en orkest, met diverse solisten op een bepaald ander muzikaal niveau. Eigenlijk viel dat al op bij Britten en zeker ook in die prachtige koorwerken, waarin de meer elegante Elgartrekken in een constante zuivere meerstemmigheid op de voorgrond traden. Die constante kwaliteit doortrekt vrijwel alle werken van het programma. Sereniteit in interpretatie is een andere karaktertrek van het koor. In samenspel met het orkest vindt men telkens de juiste balans, waardoor al die eigenzinnige romantische eigenschappen van de zo uiteenlopende werken ook volop kunnen schitteren, zoals in die bijzondere werken voor vrouwenkoor, hoorns en harp, die hier bijna ijl en breekbaar hun bijdragen leveren. Het orkest schittert afzonderlijk in twee werken van Milhaud, waarin de grillige eigenzinnige vernieuwingsdrang van de componist zijn werk heeft gedaan. Puntig, scherp, maar ook in soms wat vervreemdende harmonie komen de klanken tot een aangenaam geheel, dat voor sommige mensen misschien wat onwennig en ongewoon klinkt. Maar, daar valt aan te wennen. Heel bijzonder was ook Nanie, dat hier zijn première beleefde. In een prachtige opbouw, in verbreding en monumentale versnelling, bleef het koor heel beheerst en ingetogen, zodat de klank- en kleurrijkdom van het werk volledig tot ontplooiing kwam. Imposant en ingetogen, groots en gevoelig, maar ook in contrastwerking werd het een schitterende vertolking, die de kroon zette op een indrukwekkend rijkgeschakeerd concert , dat blijk gaf van muzikale moed bij koor, orkest en solisten om met dit programma een groot publiek te willen bereiken. Dat dat lukte, is de belangrijkste verdienste.
|